Schrijven

Bukken, zodat een ander kan klimmen?

Nu mijn verhaal steeds meer vorm krijgt, moet het af en toe ook wel eens in delen aan de buitenwereld getoond worden om te ‘testen’ of mijn woorden ook overkomen zoals ik het wil. En dat is spannend. Wat lezers brengen ook een mening met zich mee, vaak onder het kopje ‘feedback’.

Het is een dingetje in schrijversland; feedback. Je wilt graag dat je werk wordt gelezen en dat je nog verder kan groeien in je schrijven. Daarvoor heb je kritische lezers nodig die precies de vinger op de zere plek leggen. Het is alleen niet de bedoeling dat de wond daardoor groter wordt.

Ik draai nu iets meer dan een jaar mee in het ‘ontvangen en geven van feedback’ en merk gaandeweg welke feedback ik wel prettig vind, en welke absoluut niet.

Met azijn is het slecht vliegen vangen.

Daar staat uiteraard tegenover dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, maar toch komt feedback beter over als de toon iets genuanceerd wordt. Het is makkelijk om als feedback-gever er gelijk vol in te gaan en alle kritische punten aan te kaarten op een ‘recht-voor-z’n-raap’ manier, maar geloof mij. Dat werkt niet. 

Probeer voor ieder punt dat verbetering nodig heeft, ook iets te noemen dat al goed is. 

Zonder bouwstenen kom je niet ver.

‘Maar waarom dan?’ is niet voor niets één van de eerste vragen die een mens leert stellen. Bij goede feedback is het daarom ook zaak om die vraag te beantwoorden. Als iemand vindt dat mijn tekst niet ‘om doorheen te komen’ is, wil ik uiteraard graag weten waarom. Op die manier kan ik mijn tekst verbeteren.

Ook als feedback-gever is deze vraag interessant.  Door voor jezelf na te gaan waarom iets niet fijn leest, leer je in de toekomst sneller struikelblokken te herkennen en komt dat ook ten goede van je eigen schrijven.

Wat gij niet wilt dat u geschiedt…

Het is een beetje soul-searching, maar als je feedback geeft, kijk dan eerst eens naar jezelf. Hoe ontvang je zelf graag feedback, en misschien nog belangrijker; hoe reageer jij erop? Ben je iemand die gelijk op de kast zit bij een kritische noot, dan is het niet handig als je zelf ook op iedere komma zout legt. 

Nederigheid en trots.

Als we toch aan het soul-searchen zijn, kunnen we best nog een stapje verder gaan; waarom geef je feedback? Wil je echt een auteur helpen, of laten zien dat je het zelf veel beter kan? Mij krijg je direct op de kast met uitspraken als ‘ik doe dit alleen omdat ik iets in je tekst zie, of omdat ik wel denk dat dit iets kan worden’, en vervolgens komt er een bak kritiek waaruit blijkt dat de hele tekst beter door een andere auteur geschreven had kunnen worden. 

In het verlengde daarvan ligt ‘herschrijven’ door de feedback-gever. Ik doe het alleen met toestemming van de auteur in kwestie. Als iemand mijn tekst tussen neus en lippen door ‘herschrijft’, ga ik de was vouwen.

Gelijke monniken, gelijk kappen?

Nope. In schrijversland telt dit niet. Vooral als het aankomt op stijl. Veel schrijvers ontwikkelen een eigen stijl. Die is in het begin nog niet zo sterk, maar wat niet is, kan altijd nog komen. Dan is het jammer als er door middel van feedback alles wordt kort gemaaid tot dezelfde hoogte. 

Als feedback-gever moet je daarom even door je eigen voorkeuren heen kijken. Mijn ontwerp-docent zei altijd, ‘niets is mooi’. Daarmee bedoelde hij dat hij tijdens de beoordeling zijn smaak buiten beschouwing liet.

Niveau valt hier ook onder. Nu zijn feedback geven en schrijven twee hele verschillende takken van sport en is de kwaliteit van inzicht niet afhankelijk van het aantal publicaties dat op jouw naam staat, maar toch is het handig om je positie in acht te nemen. Het werkt alleen maar averechts om als een Multatuli uit de hoogte te komen, als je zelf nog niet helemaal op dat niveau zit. Dit haakt ook weer in met het eerste punt, en het derde en het vierde…

Het zijn maar richtlijnen. 

Mijn favoriete filmquote is ‘Hang the rules and hang the code. They are guidelines anyway.’ En zo is het ook met schrijfregels. Het zijn richtlijnen. Niets is zo demotiverend voor een schrijver als een tekstboek-dooddoener. Show don’t tell is leuk, maar als je niet weet wat de achterliggende gedachte is, zijn het loze woorden. En mogen die bijvoeglijk naamwoorden niet omdat het in de tekst niet past of omdat Hemingway het toevallig zei?

Uiteraard geldt dit ook voor de regels omtrent feedback. Er zijn geen gouden regels hoe wel en hoe niet, maar zolang je het doel in ogen houdt, namelijk het verbeteren van iemands schrijfkwaliteiten, zijn de middelen geheiligd. 

4 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *